Citadel van DinantDe Citadel van Dinant neemt een belangrijke plaats in in de geschiedenis van de stad. In de 11de eeuw werd het eerste verdedigingswerk op de rots gebouwd. Op het hoogtepunt van zijn bloei, in 1466, werd de stad en zijn citadel met de grond gelijk gemaakt door Karel de Stoute. Bij de belegering sneuvelden 900 inwoners van Dinant en nog eens 800 werden na de overgave twee aan twee aan elkaar gebonden in de Maas geworpen. In de daarop volgende eeuwen werd de citadel herhaaldelijk verwoest en weer opgebouwd, voor het laatst in 1820.

Van 1820-1830 werd de Citadel betrokken door een Hollands garnizoen. Na 1865 was Dinant geen militaire basis meer, maar in de twee wereldoorlogen maakten stad en citadel nog angstige dagen door en werd Dinant voor een groot deel door brand verwoest. De citadel is behalve langs de 408 treden tellende trap, begin bij de kerk, ook bereikbaar per gondellift en over een autoweg. In de citadel is een museum ondergebracht. De collecties omvatten wapens en herinneringen uit het verleden van Dinant.

Rechts van de brug voorbij het stadhuis ligt achter de avenue W. Churchill de rue Grande met het casino en een park. Achter het park ligt de Jardin de Montfat met een openluchttheater en de gelijknamige voorhistorische spelonk. Van de grot voeren schaduwrijke paden naar de Tour de Montfort, 120 m boven de Maas, ’s zomers ook te bereiken per stoeltjeslift. Tussen de toren en de citadel ligt de Franse militaire begraafplaats met het gedenkteken Le Poilu á l’Assaut.

Adres:
Place Reine Astrid 3-5
Dinant

Website:
Citadel van Dinant