Grot van GoyetDe grot van Goyet ligt tussen Marche-les-Demes en Namen. De grot van Goyet, die uitkijkt op de vallei van de Samson, werd verschillende malen bewoond. Met name tijdens het Magdalénien, aan het eind van de ijstijd zo’n 15.000 jaar geleden, de tijd van de rondtrekkende jager-verzamelaars.

De aangetroffen fauna wijst erop dat de bewoners in een open, toendra-achtige omgeving leefden die werd gedomineerd door het paard, het rendier en de holenbeer. De aanwezigheid van de muskusos duidt op een eerder droog klimaat. Sporen van werktuigen op de beenderresten tonen tevens aan dat het wild in de grot werd gevild en aan stukken gesneden. De huiden werden ter plaatse bewerkt en met oker bestreken om ze te kunnen bewaren.

Tijdens de eerste opgravingen in 1868 werden bovendien 28 doorboorde fragmenten ontdekt, vooral tanden van veulens. Deze waren zichtbaar gebruikt geweest als een sieraad dat werd gedragen in de vorm van een kraal. De snijtanden zijn afkomstig van verschillende dieren die in de winter werden gedood. Sommige elementen werden ook afgeschraapt om ze dunner te maken alvorens ze te doorboren.

Een bezoek aan de grot van Goyet is absoluut de moeite waard. Eerst daalt u via smalle trappen af naar de zogenaamde wilde grotten met druipsteenformaties. Hier heeft de prehistorische mens nooit gewoond want de ruimtes zijn te vochtig en daarmee ongeschikt voor bewoning. Daarna bezoekt u de ooit bewoonde holen. De holen die iets verder van de ingang afliggen, werden gebruikt voor de opslag van materiaal. De mensen zelf woonden dicht bij de uitgang om voldoende zuurstof te hebben en om goed vuur te kunnen maken. Immers ze leefden in de ijstijd en dat betekende dat het zomers maximaal 15 C was en dat de temperatuur ’s winters kon dalen tot -40 C. Een bezoek aan de Grot van Goyet neemt ongeveer een uur in beslag.

Adres:
Strouvia 3